Er bestaat geen meten zonder vergelijken. ‘Groot’ of ‘klein’ betekenen maar iets ‘ten opzichte’ van iets anders: een kapoen is groter dan zijn kleine zus maar kleiner dan zijn leidster. En omdat een kompasnaald nu éénmaal het noorden aanwijst, gebruiken we dat maar als referentierichting. Natuurlijk zijn er duizend en één storende invloeden die kompassen naar een andere richting durven laten wijzen. Dat maakt technieken dan ook zo boeiend!
Oorspring:
Het zou reeds gekend zijn bij de Chinezen en via de Arabieren naar de Italianen en zo in de 11de eeuw verder in Europa verspreid zijn.
Het werd voor het eerst gebruikt in de scheepvaart.
Wat is een kompas?
Een kompas is een magneetnaald die zich richt volgens de krachtlijnen van het magnetische veld van de aarde.
Het richt zich steeds noord-zuid.
Waaruit bestaat het?
Een naald die draait in een windroos.
Een doorschijnende plaat of doos.
Een beweeglijke doos of kroon. De omtrek van de doos is 360 graden: de afstand tussen 2 kleine streepjes is 2 graden.
Illustratie: Beschrijving van een Silva-kompas en een minder gebruikt militair kompas. :
Gebruik van het kompas
Vorderen volgens een azimut van X graden:
Veronderstel dat de opdracht is:'Loop 280 graden.'
De beweeglijke doos of kroon draaien en 280 graden tegenover het richtingsteken draaien zodat het streepje van 280 graden samenvalt met het richtingsteken.
Het kompas horizontaal houden, de looprichting naar voor (y).
We draaien rond onze as met het kompas onbeweeglijk in de hand tot de magneetnaald samenvalt rond het aangeduide noorden van het kompashuis.
Het richtingsteken wijst naar een vast punt in de verte: daar gaan we naartoe.
Deze handeling moet steeds worden herhaald.
Zelf bepalen hoeveel graden men moet lopen om van A (waar men zich bevindt) naar een punt B te gaan in de verte.
Het kompas horizontaal houden, de looprichting gericht van A naar B.
De beweeglijke doos draaien en de vaste pijl (of het noorden) onder de magneetnaald brengen. De rode punt van de naald is het noorden. Tijdens het draaien van het kompashuis moet het richtingsteken in de juiste richting AB blijven en het kompashuis horizontaal.
De gezochte looprichting aflezen tegenover het richtingsteken.