Scouts & Gidsen Noordland Bredene

Vlotten
Terug naar de inhoudstafel

  • Om een vlottentocht of -kamp te laten slagen is het drijfvermogen van het vlot niet onbelangrijk. Maar hoe bereken je dat eigenlijk?

  • Een goed vlot maak je uit onvervormbare metalen of plastieken vaten die tegen een stootje kunnen. Autobanden zijn minder aangewezen. De eerste de beste scherpe steen of tak doorprikt je vlot, met alle (natte) gevolgen van dien.

  • Drijfvermogen

    • Om het drijfvermogen te berekenen, neem je de (bekende) inhoud van de vaten (een tweehonderd liter vat heeft tweehonderd kilo drijfvermogen) en trekt daarvan het gewicht van het vat af en het gewicht van de balken of andere zaken die je gebruikt als vloer van het vlot.

    • Aangezien een vlot zelden tot nooit gelijkmatig wordt belast (zeker niet als je er een wriemelende bende (jong-) givers op zet) bouw je best een forse veiligheidsmarge in: neem zeker vijftien procent meer theoretisch drijfvermogen dan je denkt nodig te hebben.

  • De vloer

  • Een goed vlot heeft een minimale constructie (hoe minder balken = hoe minder gewicht), maar houdt rekening met volgende regels:

    • de drijvers (vaten) worden vastgehouden door naastliggende balken en onderdoorgaande touwen;

    • elke verbinding is stevig vastgesjord met een kruissjorring;

    • de sjorringen zijn bij voorkeur gemaakt met polypropylene splijtfilmtouwwerk (verkrijgbaar in de Scoutsshop). Dit touw is ongevoelig voor vocht en temperatuursverschilllen.

    • Er staat minstens één, maar liever twee diagonalen op de constructie. Die zorgen voor het ontstaan van driehoeken in de constructie, wat de stevigste vorm is die bestaat.

  • Een cijfervoorbeeld:

    • Een patrouille van zeven leden (490 kg) gaat voor tien dagen op kamp (bagage 210 kg). Ze slapen onderweg in een patrouilletent (70 kg) en hebben verder bij: een patrouillekoffer (50 kg), foerage (40 kg), een sport- en spelkoffer (40 kg), sjorhout (400 kg) en shelters (80 kg). In totaal komt dit neer op 1380 kg te vervoeren gewicht.

    • Het noodzakelijke drijfvermogen is dan: 1380 kg plus het gewicht van de vaten (30 kg per metalen vat) en het gewicht van de balken (proefondervindelijk vastgesteld op ongeveer 70 kg), rekening houdend met de veiligheidsmarge van vijftien procent.

    • De berekening wordt dan:

    • Massa: 1380 kg + 70 kg = 1450 kg

    • Drijfvermogen per vat: (200 kg - 30 kg) * 0.85 = 144.5 kg

    • We hebben voor dit vervoer dus tien vaten van 200 liter nodig.

    • Dit voorbeeld is natuurlijk vrij extreem. Meestal heb je veel minder drijfvermogen nodig of pas je het gebruik van het vlot aan het beschikbare drijfvermogen aan. Toch kan het geen kwaad om eens kritisch te kijken naar je theoretisch drijfvermogen.