Scouts & Gidsen Noordland Bredene

Werken met kaart en kompas
Terug naar de inhoudstafel

  • Om gemakkelijk te werken met kaart en kompas trekt men eerst met potlood een noord-zuidlijn op de stafkaart. De bovenrand van de kaart is het noorden, de onderkant het zuiden.

  • Men trekt nu lijnen evenwijdig met deze noord-zuidlijn. Soms staan deze lijnen reeds op de stafkaart. Precies en met zeer dunne lijnen werken is noodzakelijk.

  • Hoe de kaart oriënteren met het kompas?

    • Men legt het kompas horizontaal op de kaart en men draait met de kaart en het kompas tot de magneetnaald evenwijdig loopt aan de door ons getrokken noordzuidlijnen.

    • De magneetnaald moet met de punt, die meestal rood is, naar de bovenrand van de kaart, die het noorden aangeeft, wijzen. Is dit niet zo, dan wordt er een fout van 180 graden gemaakt en is de kaart dus niet juist gericht.

    • Nu is de kaart gericht volgens het terrein. Het noorden van de kaart is dus gericht naar het werkelijke noorden.
  • Hoe de azimut of het aantal graden van een richting A naar B zoeken?

  • Hoe van A naar B gaan in werkelijkheid nadat we het aantal graden op de kaart zochten?

  • De te lopen afstand kan bepaald worden met een curvimeter. Dit is een meetwieltje waarmee men gebogen en kromme lijnen kan meten. Op een stafkaart van 1/25.000 is 4 cm 1 km. Op een van 1/10.000 is 10 cm 1km.
  • Een puntbepaling op een kaart:

    • Een punt wordt ondubbelzinnig bepaald door zijn coördinaten.

    • Het gebruik van graden (ooster- en westerlengte en noorder- en zuiderbreedte) is alleen interessant voor geografische kaarten.

    • Voor stafkaarten gebruikt men een speciaal coördinatenstelsel. In België zijn dit de Lambertcoördinaten: ze staan aan de rand van de stafkaart als gehele getallen aangegeven. Wanneer je met potlood de horizontale en verticale lijnen van de coördinaten trekt, bekom je een vierkantennet. Het verschil tussen 2 opeenvolgende coördinaten is 1 km. Iedere maas aan een vierkantennet is dus 1 km.

    • Om nu een punt op de kaart nauwkeurig te kunnen bepalen verdeelt men een maas nogmaals in 100 gelijke vierkantjes.

    • Om de coördinaten van een bepaald punt aan te geven, volgt men de volgende methode: eerst de waarde van de horizontale coördinaat, gevolgd door die van de verticale.

    • Het aangeven van droppings- of herkenningspunten voor een wandeling kan zeer nauwkeurig gebeuren met dergelijke coördinaten.
  • Enkele nuttige tips voor het gebruik van kaart en kompas:

    • Plooi de kaart niet te dikwijls op verschillende manieren, anders wordt ze onleesbaar op de vouwen.

    • Breng een zelfklevende folie aan op de kaart, die zorgt voor een beschermende laag.

    • Steek ze in een plastic map of farde (zeker bij regenweer).

    • Gebruik je kompas niet te dicht bij metalen voorwerpen (helm, bergstok, horloge, onder kompas).

    • Blijf met je kompas op min. 25 meter van ijzeren hekken vandaan.

    • Onder hoogspannings- of elektriciteitsdraden is het kompas ontregeld.

    • Opgelet voor het elektrostatisch fenomeen: niet over het kompas wrijven voordat je het gebruikt.

    • De declinatie van het magnetische noorden tegenover het geografische noorden mag door ons verwaarloosd worden.